LUTHERBIJBEL of LUTHERSE VERTALING

In 1648 verscheen bij de Lutheranen in Nederland, uit eigen midden voor het eerst een volledige bijbel in het Nederlands

LUTHERBIJBEL of LUTHERSE VERTALING

Door Adolf VISSCHER
Amsterdam: Rieuwert Dircksz. van Baardt, 1648

Adolf Visscher LutherbijbelEen Bijbel voor Lutheranen

In het jaar 1648 verscheen voor het eerst een volledige Nederlandstalige Bijbel, speciaal vertaald voor de Lutherse gemeenschap in Nederland. Deze uitgave was een mijlpaal: niet alleen omdat ze uit eigen kring kwam, maar ook omdat ze een eigen identiteit gaf aan het Lutherse geloofsgemeenschap in een religieus landschap dat tot dan toe werd gedomineerd door gereformeerde vertalingen. De naam van Adolf Visscher is onlosmakelijk verbonden met dit project. Geboren in Amsterdam in 1605 als zoon van een Lutherse predikant die uit het katholieke Antwerpen was gevlucht, trad hij in 1629 zelf toe tot het ambt van predikant in zijn geboortestad. Hij zou daar blijven werken tot aan zijn overlijden in 1652.

Biblia – 1633
De behoefte aan een eigen vertaling

Tot halverwege de zeventiende eeuw maakten Nederlandse Lutheranen gebruik van bestaande Bijbelvertalingen zoals de Liesveltbijbel en later de Biestkensbijbel. Toch was er geen eenduidige voorkeur: sommigen gaven de voorkeur aan de Deux-Aesbijbel, een vertaling die populair was onder bredere protestantse kringen. De wens groeide om een eigen vertaling te hebben, afgestemd op de Lutherse leer en liturgie. Eerdere pogingen om de Biestkensbijbel te herzien voor officieel gebruik binnen de Lutherse kerk strandden. Een uitzondering was de uitgave van Jan Janssen in 1633. Hoewel hij in het voorwoord Nicolaes Biestkens vermeldde, was zijn werk eerder een aangepaste nadruk dan een inhoudelijke revisie. Janssen beweerde de editie van 1563 “op nieus seer sorghvuldigh […] naeghevolght” te hebben, maar van een grondige herziening was geen sprake.

Het project-Visscher
Lutherse vertaling (1648) Eerste druk

De echte doorbraak kwam in 1644, toen de Lutherse kerken in Nederland besloten tot een gezamenlijke vertaalinspanning. Tijdens een synodale vergadering werd een commissie van negen personen aangesteld, met Adolf Visscher als voorzitter. Hun opdracht was duidelijk: een nieuwe, eigen Bijbelvertaling maken die niet alleen de gebreken van eerdere versies zou corrigeren, maar ook een krachtig alternatief zou bieden voor de Statenvertaling van 1637, die binnen de gereformeerde traditie als standaard gold.

Twee jaar later, in 1646, kreeg de commissie officieel mandaat om het vertaalwerk uit te voeren. In 1648 verscheen de eerste druk bij Rieuwert Dirksz van Baardt in Amsterdam. De titelprent toonde een portret van Maarten Luther, met daarboven een zwaan — een krachtig symbool binnen de Lutherse traditie. Volgens de overlevering zou Johannes Hus, de Tjechische hervormer uit Bohemen, vlak voor zijn terechtstelling, gezegd hebben: “Jullie braden nu een gans (‘hus’ betekent gans), maar straks komt er een zwaan en daarnaar zullen jullie moeten luisteren.”

Maarten Luther met zwaan

Luther identificeerde zichzelf met die zwaan, en het beeld werd een blijvend embleem van de Lutherse identiteit. Tot op vandaag prijkt de zwaan op kerkdeuren, dakornamenten, liturgische voorwerpen en portretgravures.

Het afgebeelde portret van Luther komt uit de gravure ‘Zegevier der hervormers en vertaalders’ in een Lutherse Bijbel uit 1702, uitgegeven door Jacob Lindenberg in Amsterdam. Deze imposante folio-uitgave met gravures en kaarten door Romeyn de Hooghe getuigde van de blijvende invloed van Visschers werk.

Het karakter van de Lutherbijbel

De Lutherbijbel van Visscher was geen letterlijke vertaling, zoals de Statenvertaling, maar een vrije weergave van de tekst — geïnspireerd door de Duitse Luthervertalingen. De basis was vermoedelijk de herwerkte Biestkensbijbel van Jan Janssen uit 1633, die op zijn beurt gecorrigeerd werd aan de hand van de Maagdenburgerbijbel van 1554. Visschers vertaling was dus een samengaan van verschillende bronnen: delen uit de oorspronkelijke Lutherbijbel, verbeteringen op fouten in de Biestkensbijbel, en eigen redactionele keuzes.

De uitgave bevatte inleidingen en kanttekeningen, zoals gebruikelijk in Lutherse Bijbels. Ook de volgorde van de brieven in het Nieuwe Testament week af van de gereformeerde traditie. Na de brief aan Titus volgden: Filémon, 1 & 2 Petrus, Hebreeën, de drie brieven van Johannes, Jakobus, Judas en Openbaring — een volgorde die ook in Duitse Lutherbijbels werd aangehouden.

In de Lutherse Bijbels werden vaak dubbelbladige kaarten toegevoegd om de lezer een geografische duiding aan Bijbelse verhalen te geven. In de vroege drukken worden meestal de kaarten van Claes jansz Visscher en Jacob Savry aangetroffen. Vanaf de achttiende eeuw vooral die van Romeyn de Hooghe en in de kwarto-bijbels van 1725 en 1748 de kleine Visscher-kaarten.

Visschers invloed op het vertaalwerk was groot. Zijn naam raakte steeds meer verbonden aan de uitgave. In 1702 werd zijn portret nog naast dat van Luther afgedrukt. In 1734 stond hij voor het eerst alleen vermeld als “overzetter”. Later sprak men eenvoudigweg van de “Visscher-bijbel”. Als erkenning voor zijn werk ontving hij op 12 oktober 1649 een prachtig gebonden Biblia Regia — de beroemde Antwerpse Polyglotbijbel uit 1568–1573.

Lutherbijbel door Jacob Lindenberg, Amsterdam (1702)
Herzieningen en herdrukken: een levende traditie

De Lutherbijbel kende een lange levensduur, mede dankzij regelmatige herdrukken en aanpassingen. In de beginfase verschenen edities van Christoffel Cunradus (1671), Jacob Lindenberg (1702), Samuel Schoonwald (1725) en Anthony en Hendrik Bruyn (1734). Deze uitgaven verschilden alleen in spelling en kleine taalcorrecties.

Echte revisies volgden later: in 1748, 1780, 1823, 1852, 1873, 1906, 1911 en 1939. Door deze voortdurende verbeteringen bleef de vertaling toegankelijk en begrijpelijk voor nieuwe generaties Lutheranen. De Visscher-bijbel was niet alleen een liturgisch instrument, maar ook een cultureel erfgoed — een brug tussen de Duitse Luthertraditie en de Nederlandse taal.

Het einde van een traditie

Met de invoering van de Nieuwe Vertaling door het Nederlands Bijbelgenootschap in 1951 kwam er een einde aan het gebruik van de Visscher-bijbel en aan de Lutherse vertaaltraditie in de Lage Landen. Wat resteert is een indrukwekkend getuigenis van religieuze identiteit, taalkundige zorg en theologische overtuiging — een monument in de geschiedenis van de Nederlandse Bijbelvertaling.